De banketbakkersvlaai van Laurent Mariotte, het romigste en makkelijkste recept om thuis te maken

De ingrediënten voor een hoge banketbakkersvlaai (8 porties)

Stel je dit voor: een vlaai die stevig staat maar op je tong smelt. Een goudbruin oppervlak, hier en daar licht gekarameliseerd. De geur van vanille die zich door de hele keuken verspreidt. Met dit recept geïnspireerd op de banketbakkersvlaai van Laurent Mariotte bereik je precies dat — thuis, zonder stress en zonder ingewikkelde technieken.

In dit artikel leer je stap voor stap hoe je een heerlijk romige, hoge vlaai maakt met scherpe snijkanten en een krokante bodem. Duidelijke hoeveelheden, handige tips en een paar variaties voor wie graag zijn eigen draai aan een dessert geeft.

Voor de vlaaimassa:

  • 1 liter volle melk
  • 20 cl volle slagroom
  • 4 eidooiers + 2 hele eieren
  • 250 g fijne kristalsuiker (of 150 g als je minder zoet prefereert)
  • 100 g maizena
  • 1 vanillestokje (of 2 à 3 theelepels vanille-extract)

Voor de zoete basisdeeg:

  • 250 g bloem + 1 eetlepel om de vorm mee te bestuiven
  • 180 g zachte ongezouten boter op kamertemperatuur
  • 1 groot ei
  • 30 g suiker
  • 1 snufje zout
  • 5 g boter om de bakvorm in te vetten

Aanbevolen bakvorm: een ronde taartvorm van 24 tot 26 cm doorsnede met hoge randen. Die hoogte geeft je die typische bakkersvlaai-look waar iedereen van smult.

Het zoete deeg maken: de krokante basis

Een goed gemaakt deeg maakt werkelijk het verschil. Het zorgt voor dat heerlijke knapperige contrast onder de zachte room. Geen zorgen — dit deeg is eenvoudiger dan het lijkt.

Stap voor stap:

  • Snijd 180 g zachte boter in kleine blokjes en doe ze in een kom samen met 250 g bloem.
  • Wrijf het mengsel tussen je vingers tot je een zanderige kruimelstructuur krijgt. Er mogen geen zichtbare klontjes boter meer overblijven.
  • Voeg 1 groot ei, 30 g suiker en een snufje zout toe.
  • Meng net zolang totdat het deeg samenkomt tot een bal. Stop zodra het samenhangend is — te lang kneden maakt het deeg taai na het bakken.
  • Vorm een bal, druk hem licht plat, wikkel in plasticfolie en leg minstens 30 minuten in de koelkast.

Die rusttijd is belangrijk. Het deeg ontspant zich, wordt makkelijker uit te rollen en trekt niet samen in de oven. Een klein detail met een groot eindresultaat.

De romige vlaaimassa bereiden

Hier gebeurt de echte magie. Een rijke, gladde, vanillegeurige room die goed opstijft zonder droog te worden — eigenlijk een iets dikkere banketbakkersroom. Zo pak je het aan.

  • Verwarm de oven voor op 180 °C boven- en onderwarmte.
  • Snijd het vanillestokje in de lengte doormidden en schraap de zaadjes eruit met de punt van een mesje.
  • Giet 1 liter volle melk in een steelpan. Voeg de vanillezaadjes, het lege stokje en 50 g suiker (van de 250 g) toe.
  • Verwarm op laag vuur tot de melk net begint te pruttelen zodat de vanille goed intrekt. Zet het vuur uit en laat een paar minuten infuseren als je de tijd hebt.

Terwijl de melk opwarmt, bereid je de rest voor:

  • Klop in een grote kom 4 eidooiers, 2 hele eieren, de resterende 200 g suiker en 100 g maizena door elkaar.
  • Blijf kloppen tot het mengsel iets dikker en lichter van kleur wordt.
  • Haal het vanillestokje uit de warme melk.
  • Giet de warme melk in een dun straaltje bij het eimengsel, terwijl je constant blijft kloppen. Doe dit rustig aan om klontjes te vermijden.
  • Voeg 20 cl volle slagroom toe en roer goed door.

Giet het geheel terug in de steelpan en zet op middelhoog vuur:

  • Blijf continu kloppen. De room wordt geleidelijk dikker.
  • Zodra er grote glanzende bellen verschijnen en de room glad en stevig is, haal je de pan van het vuur.
  • Laat iets afkoelen en roer af en toe om velvorming te voorkomen.

Op dit punt lijkt je vlaaimassa op een stevige banketbakkersroom. Geen paniek — in de oven wordt hij nog gladder en romiger.

De vorm bekleden, de vlaai bakken en laten rusten

Nu komt alles samen. Wat geduld op dit moment levert je die perfecte hoge, romige vlaai op met een mooie goudbruine korst.

  • Vet de bakvorm in met 5 g boter. Bestrooi met 1 eetlepel bloem en klop het overtollige eraf.
  • Haal het deeg uit de koelkast. Rol het uit tot een dikte van 3 à 4 mm op een licht bebloemd werkblad.
  • Bekleed de bakvorm met het deeg en duw het voorzichtig langs de randen omhoog zonder het te scheuren.
  • Prik de bodem licht in met een vork om bellen te voorkomen.

Dan het vullen:

  • Giet de lauwe vlaaimassa in de beklede vorm. Strijk de bovenkant glad met een spatel of de achterkant van een lepel.
  • Bak ongeveer 50 minuten op 180 °C.

De vlaai is klaar als de bovenkant mooi goudbruin is, met hier en daar wat donkerdere vlekken. Het midden mag nog lichtjes trillen als je de vorm beweegt — dat is normaal. Het stijft op tijdens het afkoelen.

  • Laat eerst volledig afkoelen op kamertemperatuur in de bakvorm.
  • Zet hem vervolgens minstens 6 uur in de koelkast, bij voorkeur een hele nacht.

Juist hier is de verleiding groot om te snel te werk te gaan. Maar die rusttijd in de koude is het geheim achter een stevige maar romige textuur en mooie, strakke snijkanten.

Tips en variaties op de vlaai à la Laurent Mariotte

Eenmaal vertrouwd met de basisversie, kun je het recept naar eigen smaak aanpassen. Zonder het ingewikkelder te maken — gewoon spelen met een paar details.

  • Voor een minder zoete vlaai gebruik je 150 g suiker in plaats van 250 g. De textuur blijft romig en de smaak wordt verfijnder.
  • Geen vanillestokje bij de hand? Vervang het door 2 à 3 theelepels vanille-extract. Voeg dit toe net nadat je de room van het vuur hebt gehaald, zodat het aroma optimaal bewaard blijft.
  • Voor een frisse noot rasp je de schil van een citroen of sinaasappel in de warme melk. Het parfum verandert compleet zonder dat het recept moeilijker wordt.
  • Geen tijd voor zelfgemaakt deeg? Kant-en-klaar zanddeeg uit de winkel is een prima noodoplossing. De knapperigheid is iets anders, maar de vlaai blijft heerlijk.
  • Voor perfecte snijkanten: houd een scherp mes onder warm water, dep het droog en snijd elke portie terwijl je het mes tussen twee sneden afveegt.

Je kunt ook experimenteren met de hoogte van de vulling: hoe hoger de laag, hoe meer die indrukwekkende bakkers-vlaai-look ontstaat waar je niet omheen kunt.

Wanneer en hoe serveer je deze romige banketbakkersvlaai?

Een banketbakkersvlaai is een eenvoudig dessert dat altijd indruk maakt. Zeker als hij zelfgemaakt is, goed goudbruin en genereus van formaat.

  • Serveer hem koel, maar niet ijskoud. Haal hem 15 à 20 minuten voor het serveren uit de koelkast. De textuur wordt soepeler en de vanillearoma's komen beter tot hun recht.
  • Bied hem aan zoals hij is voor die echte kindertijd-nostalgie. Of combineer hem met rood fruit, een lichte frambozengelei of wat dunne perenschijfjes.
  • Een kop koffie, zwarte thee of groene thee past er uitstekend bij.

Deze vlaai past bij elke gelegenheid: een familieborrel, een zondagsdessert of een diner met vrienden waarbij je iets troostends wilt serveren zonder gedoe. Vaak denk je de volgende keer iets anders te maken… maar je keert telkens terug naar dit recept, want het geeft vertrouwen en iedereen is er enthousiast over.

Probeer het één keer, volg de bak- en rusttijden nauwgezet op. Je zult zien: deze banketbakkersvlaai op de manier van Laurent Mariotte wordt al snel een vaste klassieker in jouw keuken — het soort recept dat je zonder nadenken opnieuw maakt, puur voor het plezier.

Scroll naar boven